Studiemateriaal


×
Reeds was Rome (de Romeinse zaak) zo sterk dat het tegen welke ook maar van de naburige gemeenschappen in de oorlog
opgewassen was; maar door het gebrek aan vrouwen was die grootheid gedoemd een mensenleeftijd te duren,
245 omdat zij immers noch thuis hoop op nageslacht, noch huwelijksverdragen met de naburen hadden.
Toen zond Romulus op advies van de senaat gezanten de naburige stammen rond om
een bondgenootschap en huwelijksverdrag voor het nieuwe volk te vragen: dat ook steden, zoals andere dingen, ontstonden uit
een klein begin; dat daarna [de steden] die door hun eigen voortreffelijkheid en de goden werden geholpen zich grote macht
en een grote naam verwierven (maakten); dat ze best wisten dat en bij het ontstaan van Rome de goden hadden geholpen, en
250 dat ook de voortreffelijkheid niet zou ontbreken; dat ze daarom niet moesten weigeren als mensen met mensen
hun bloed en geslacht te mengen. Nergens werd het gezantschap welwillend aangehoord: zozeer
verachtten zij [hen] enerzijds, vreesden zij anderzijds zo’n grote in hun midden groeiende macht voor zich en hun nakomelingen.
En door de meesten werden zij [de gezanten] weggezonden met steeds weer de vraag of ze soms ook
een (of andere) vrijplaats voor vrouwen hadden geopend; dat zou immers pas een huwelijk op voet van gelijkheid zijn!

Reacties