Studiemateriaal


×
In ongeveer het achtendertigste jaar sinds Tarquinius was begonnen koning te zijn, stond Servius Tullius niet
495 alleen bij de koning maar bij de senatoren en bij het volk veruit in het hoogste aanzien.
Toen, hoewel de twee zoons van Ancus het vroeger altijd als zeer schandelijk beschouwd hadden
dat zij van het koningschap van hun vader verstoten waren door bedrog van hun voogd, dat in Rome een vreemdeling [die] niet alleen
niet van naburige maar zelfs niet van Italische oorsprong [was] heerste, toen nam bij (voor) hen de verontwaardiging heftiger toe
vanwege het feit dat het koningschap zelfs niet meteen na Tarquinius bij hen terug zou komen, maar hals over kop na Tarquinius verder
500 zou vallen in de handen van slaven zodat in dezelfde staat ongeveer in het honderdste jaar nadat
Romulus afstammend van een god zelf een god [daar] het koningschap had gehad zolang als hij op aarde was, [dat daar]
Servius, een slaaf geboren uit een slavin, dat [koningschap] bezat. Dat dit zowel een algemene schande zou zijn voor de Romeinse naam als
in het bijzonder voor hun eigen huis, als, terwijl de mannelijke tak van koning Ancus in leven was,
de heerschappij in Rome zou openstaan niet alleen voor vreemdelingen maar zelfs voor slaven.

Reacties