Studiemateriaal


×
Toen begon werkelijk met de dag de oude Tullius onveiliger te zijn, begon zijn koninklijke macht meer bedreigd te zijn;
580 want de vrouw keek al van de ene naar de andere misdaad. Noch 's nachts noch overdag
duldde zij dat haar man rust kreeg opdat niet de in het verleden gepleegde verwantenmoorden zonder beloning zouden zijn: niet had aan haar
iemand ontbroken met wie zij gezegd werd getrouwd te zijn noch iemand met wie zij zwijgend onderdanig was; haar had ontbroken iemand die
meende dat hij het koningschap waard was, die zich herinnerde dat hij de zoon van Priscus Tarquinius was, die
de koninklijke macht liever wilde hebben dan erop hopen. ‘Als jij die man bent met wie ik meen dat ik getrouwd ben,
585 dan noem ik jou en man en koning; zo niet (dan) is nu mijn situatie daarom slechter geworden (overgegaan naar het slechtere)
omdat in jou misdaad gepaard gaat met lafheid. Waarom maak jij je niet gereed? Niet is het voor jou noodzakelijk vanuit Corinthe noch
vanuit Tarquinia, zoals voor jouw vader, een koninkrijk in den vreemde te grondvesten: jouw huisgoden
en de goden van jouw voorouders en het beeld van je vader en het koninklijke huis en in het huis de koninklijke troon en de naam
Tarquinius kiezen jou tot en noemen jou koning. Of als jij hiervoor te weinig moed bezit,
590 waarom stel je dan de burgers teleur? Waarom laat jij toe dat je gezien wordt als een prins?
Val terug naar waar je vandaan komt (oorsprong), meer lijkend op je broer
dan op je vader.' Door (hem) met deze en andere woorden toe te snauwen hitste zij de jongeman op, en
zij kon zelf geen rust krijgen bij de gedachte dat, terwijl Tanaquil, een buitenlandse vrouw, zoveel tot stand
had kunnen brengen met haar energie dat zij twee opeenvolgende koningschappen aan haar man en meteen daarna aan haar schoonzoon had gegeven,
595 zij zelf, van koninklijke bloede (ontstaan uit koninklijk zaad), geen enkele beslissende invloed had op het geven en
ontnemen van de koninklijke macht.

Reacties