Studiemateriaal


×
235 Daarna werden P. Valerius voor de tweede keer en T. Lucretius consul(s). De Tarquiniërs hadden toen (lett. al) hun toevlucht gezocht bij Lars
Porsenna, de koning van Clusium. Daar, terwijl (doordat) ze advies en smeekbeden
mengden, smeekten ze nu eens dat hij niet zou dulden dat zij, afkomstig uit de Etrusken, van hetzelfde bloed en [dezelfde] naam,
behoeftig (in armoede) in ballingschap zouden leven, [en] spoorden [hem] dan weer ook aan dat hij niet de opkomende gewoonte
om koningen te verdrijven ongewroken zou laten. Dat de vrijheid zelf [al] voldoende bekoorlijkheid (aantrekkingskracht) had.
240 Als koningen de monarchieën niet met net zo grote kracht zouden verdedigen als waarmee [met hoe grote kracht] de burgergemeenschappen de vrijheid (lett. die) nastreefden, dat [dan] het hoogste (de hoogste dingen)
gelijkgesteld werden (zouden worden) aan het laagste; dat er niets verhevens, niets wat boven de andere dingen uitstak, in
de burgergemeenschappen zou zijn; dat het einde daar was voor de monarchieën, het mooiste dat er bestond (ding) onder goden en mensen.
Porsenna, in de mening dat het belangrijk was voor de Etrusken dat er niet alleen een koning was in Rome, maar ook dat het een koning was van het Etruskische volk,
kwam met een vijandig leger naar Rome. Nooit een
245 andere keer eerder overviel zo'n grote angst (schrik) de senaat; zo sterk was toen de macht van Clusium en [zo] groot
de naam van Porsenna.

Reacties