Studiemateriaal

295

×
Toen die allemaal in het ertegenover gehouden schild waren blijven steken, en hij niet minder vastberaden
wijdbeens staande de brug bezet hield, probeerden ze al met een aanval de man eraf te duwen,
285 toen tegelijk het gekraak van het breken van de brug, tegelijk het geschreeuw van de Romeinen, aangeheven uit enthousiasme over het voltooien
van het werk, door plotselinge paniek de aanval onderbrak (tegenhield). Toen zei Cocles: 'Vader Tiber,
u heilige smeek ik, wil deze wapenen en deze soldaat in uw goedgunstige stroom ontvangen.'
Met deze woorden sprong hij zo gewapend [zoals hij was] in de Tiber en terwijl (hoewel) veel projectielen bovenop hem vielen
zwom hij ongedeerd naar de overkant naar de zijnen, nadat hij iets (een zaak) had gedurfd dat
290 bij het nageslacht meer roem dan geloof zou vinden (hebben). 290 De staat was dankbaar jegens zo'n grote moed; er werd een beeld
op het comitium geplaatst; zoveel land als hij in één dag met een vore omgaf (kon omgeven), is hem gegeven.
Ook vielen te midden van de openbare eerbewijzen de uitingen van dankbaarheid van privépersonen op; want ondanks het grote gebrek
droeg ieder al naar gelang zijn particuliere middelen, zichzelf van eigen bestaansmiddelen berovend, voor hem iets bij.
(...)

Reacties