Studiemateriaal


×
Toen hij die, alsof zijn bewustzijn (geest) was afgescheiden van zijn gevoel liet verbranden, zei de koning, bijna verbijsterd door het wonder,
nadat hij van zijn zetel naar voren was gesprongen en had bevolen dat de jongenman van het brandaltaar werd weggehaald,
330 'Ga jij weg, jij die tegenover jezelf meer dan tegenover mij vijandelijke handelingen hebt gedurfd.
Ik zou je geluk wensen met je moed, als die moed voor mijn vaderland betoond zou worden; nu
laat ik jou, vrij van oorlogsrecht, ongedeerd en ongeschonden vanhier weggaan.' Toen zei Mucius, als om
de gunst te vergelden, 'aangezien er bij u eer is voor moed (moed geëerd wordt), [en] opdat u van mij door een
weldaad verkrijgt (lett. verkregen hebt) wat u met dreigementen niet kon [verkrijgen], wij, driehonderd vooraanstaanden
335 van de Romeinse jeugd, hebben samengezworen dat wij tegenover u op deze manier tewerk zouden gaan. Mijn lot was het eerste; de overigen
zullen, naar gelang ieder aan de beurt zal zijn, ieder op zijn moment aanwezig zijn, totdat het lot u zal hebben prijsgegeven.'
(...)

Reacties