Studiemateriaal


×
Toen Mucius, aan wie later vanwege het verlies van zijn rechterhand de bijnaam Scaevola (de linkshandige) gegeven is,
was vrijgelaten, hebben gezanten van Porsenna hem gevolgd naar Rome; zozeer had hem én
340 het voorval van het eerste gevaar, 340 waartegen niets hem beschermd had behalve de vergissing van de belager, bewogen (geraakt) én
het feit dat hij zo vaak een beslissend gevecht zou moeten ondergaan als er samenzweerders over waren, dat hij uit eigen beweging vredesvoorwaarden
aanbood aan de Romeinen. In de voorwaarden werd tevergeefs gesproken over het herstellen van de Tarquiniërs in
het koningschap, meer omdat hij dat zelf niet had kunnen weigeren aan de Tarquiniërs dan
omdat hij niet wist dat dit door de Romeinen aan hem geweigerd zou worden. Met betrekking tot het teruggeven van akkerland aan de Veientiërs
345 heeft hij zijn zin gekregen en bij de Romeinen is de verplichting opgelegd (afgedwongen) om gijzelaars te geven, als
ze wilden dat de bezetting van de Janiculus werd teruggetrokken. Nadat op deze voorwaarden vrede was gesloten, trok Porsenna zijn leger terug
van de Janiculus en ging weg van het Romeinse land. De senatoren gaven C. Mucius vanwege zijn moed
een stuk land aan de overkant van de Tiber ten geschenke, dat later 'de Mucische weiden' ('de weiden van Mucius') werd
genoemd.

Reacties