×
Goed heeft Marcellus dus zijn ballingschap verdragen en niets in zijn geest
heeft de verandering van plaats veranderd, hoewel armoede volgde op die (vernadering van plaats); (maar)
dat daarin niets kwaads schuilt, begrijpt een ieder die/mits hij nog niet terchtgekomen is in de waanzin van de alles
vernietigende hebzucht en weeldezucht. Hoe weinig is immers
5 dat wat voor de bescherming/ het levensonderhoud van de mens noodzakelijk is! En aan wie kan dit ontbreken,
die (alleen) maar een beetje/enige deugd heeft?
Wat mij althans betreft, ik begrijp dat ik geen rijkdom(men), maar
bezigheden/beslommeringen verloren heb. Van het lichaam zijn de verlangens gering: het wil dat de koude
verdreven wordt, (het wil) met voedingsmiddelen de honger en de dorst stillen; alwat extra
10 begeerd wordt moeizaam voor verkeerde dingen, niet voor behoeftes nagejaagd. Het is niet noodzakelijk de hele/elke
diepte (van de zee) te doorzoeken noch de maag te overladen door de slachting van dieren noch
om schaaldieren uit een onbekende kust van een heel verre zee uit te graven:mogen de goden en godinnen hen te gronde
richten van wie de weeldezucht de grenzen van ons zo benijdenswaardige rijk overschrijdt!
Ze willen dat verder dan de Phasis dat gevangen wordt, wat een ambitieuze keuken tot stand moet brengen, en niet
15 wekt het weerzin om van de Parthen, van wie wij nog geen genoegdoening hebben gekregen, vogels te vragen.
Van alle kanten voeren zij alles aan voor de keel die walgt van het bekende: dat, wat zo is dat een
door de lekkernijen verslapte maag het nauwelijks verdraagt, wordt aangevoerd van het uiteinde van de oceaan: ze braken
om te eten, ze eten om te braken, en maaltijden die ze over de hele wereld bijeenzoeken worden zelfs niet
waardig bevonden om verteerd te worden. Als iemand die dingen minacht, wat schaadt de armoede
20 hem dan? Als iemand die wel begeert, bevoordeelt de armoede hem zelfs, immers ongewild
wordt hij genezen en, zelfs als hij die geneesmiddelen (=armoed) niet gedwongen (in)neemt, is hij intussen zeker, zolang als
hij (die delicatessen) niet kan verkrijgen, gelijk aan degene die die dingen niet wil.
Gaius Caesar [Augustus], die de natuur mij toeschijnt ter wereld gebracht te hebben
om te laten zien wat de grootste gebreken in de hoogste postie vermogen (waartoe ....in staat zijn), heeft
25 op één dag voor 10 miljoen sestertiën gedineerd; en hoewel hierbij geholpen door het vernuft van allen,
vond hij toch nauwelijks (een manier) hoe de belastingen van drie provincies (gemaakt) konden worden tot één
maaltijd.

Reacties