×
120 Je zult liever dit bedenken, men moet boos worden op vergissingen. Wat zou je er immers van zeggen als
iemand (boos zou worden) op hen die in de duisternis hun stappen te onvast/onzeker zetten? Wat als
iemand (boos zou worden) op doven die de bevelen niet (duidelijk) horen? Wat als (iemand boos zou worden) op kinderen
omdat zij met verwaarlozing van de inachtneming van hun plicht, kijken naar spelletjes en ongepaste grappen van leeftijdgenoten?
Wat als je boos zou willen worden op (mensen) die ziek zijn, oud worden (en) vermoeid worden? Tussen
125 de andere ogemakken van sterfelijkheid is ook het volgende, verduistering van geesten en niet alleen
de noodzaak van zich vergissen, maar ook de liefde voor vergissingen.
Opdat je niet boos wordt op mensen afzonderlijk, moet de gezamenlijk vergeven worden, aan het menselijk geslacht
moet vergiffenis geschonken worden. Als je boos zult worden op jongeren en oude mensen omdat zij fouten maken,
word dan boos op baby's, zij zullen (zeker) fouten maken. Iemand wordt toch niet boos op kinderen, van wie
130 de leeftijd nog niet het onderscheid van zaken kent? Groter en rechtvaardiger is het excuus
mens te zijn dan kind (te zijn).
In deze situatie zijn wij geboren, (als) levende wezens blootgesteld aan niet minder
ziektes van de geest dan van het lichaam, weliswaar niet afgestompt en niet traag, maar
onze scherpzinnigheid/scherpe verstand verkeerd/slecht gebruikend. voor elkaar voorbeelden van fouten, ieder die
135 degenen volgt, die eerder een verkeerde weg zijn opgegaan, waarom zou hij geen excuus hebben, omdat hij
zich vergist heeft op de openbare weg (die iederen opgaat)?
Tegen mensen afzonderlijk wordt de strengheid van een bevelhebber gericht (als een zwaard getrokken), maar vergeving
s noodzakelijk zodra een heel leger gedeserteerd is. Wat neem te de boosheid van een wijze weg? De menigte/massa
van hen die fouten maken, hj begrijpt hoe het zowel onrechtvaardig als gevaarlijk is boor te worden
140 op een algemen fout (die iedereen maakt)
Zo vaak als Heraclitus naar buiten gegaan was en zoveel (van) mensen die verkeerd leefde rond zich,
ja zelfs (van) mensen die op slechte wijze stierven gezien had, weende hij, hij had medelijden met allen die hem
blij en gelukkig tegemoet kwamen, (een man) met een zachtaardige geest, maar te zwakke: ook hijzelf
behoorde tot de beklagenswaardigen. Daarentegen zeggen ze dat Democritus nooit zonder lach
145 in het openbaar geweest is: zo zeer scheen aan hem niets ernstig toe van die zaken die ernstig
gedaan werden. Waar is daar plaats voor boosheid? Ofwel moet om alles gelachen worden ofwel geweend
worden.
Een wijze zal niet boos worcen op mensen die fouten maken. Waarom? Omdat hij weet dat niemand
wijs geboren wordt, maar het wordt, hij weet dat er in elk tijdperk (maar) zeer weingen zich tot wijzen
150 ontwikkelen, omdat hij de situatie van het menselijk leven dudelijk dorzien heeft, niemand
met gezond verstand echter wordt boos op de natuur. Want wat (zou je zeggen) als (iemand) zich erover zou willen
verwonderen dat er in het struikgewas van bossen geen vruchten hangen? Wat als (iemand) zich erover zou verwonderen
dat doornstruiken en doornbossen niet gevuld worden met een nuttige vrucht? Niemand wordt boos wanneer de natuur
een fout verdedigt.
155 Derhalve is de wijze kalm en evenwichtig tegenover vergissingen, geen vijand maar
een verbetraar van fouten, hij gaat elke dag naar buiten met deze geestesinstelling: "velen zullen mij tegemoet komen
verslaafd aan wijn, velen wellustg, velen ondankbaar, velen hebzuchtig, velen voortgejaagd door
door de razernij van de eerzucht." Naar al die dingen zal hij net zo welgezind kijken als
een dokter naar zijn zieken.
160 Hij van wie het schip veel water maakt omdat de verbindingen aan alle kanten losgeraakt zijn,
wordt toch niet boos op de de zeelieden en het schip zelf? Hij snelt eerder toe en houdt de ene golf
buiten, een andere voert hij af, zichtbare openingen sluit hij af tegen verborgen (gaten)
en (gaten) die uit het verborgene kielwater doorlaten biedt hij weerstand met onafgebroken inspanning, en daarom
onderbreekt hij niet (met een pauze) omdat zoveel als eruit geschept is weer binnendringt. Gestage ondersteuning
165 is nodig tegen aanhoudende en overvloedige kwaden, niet opdat zij ophouden, maar opdat zij niet
overwinnen.

Reacties