Studiemateriaal


×
Zij gingen donker onder de eenzame nacht door de duisternis
en door de lege verblijfplaatsen van Dis en door het ijle rijk:
270 zoals bij onzekere maan onder zwak licht
een tocht is in de bossen, wanneer Jupiter de hemel in duisternis heeft verborgen
en de zwarte nacht aan de dingen hun kleur heeft ontnomen.
Precies voor het voorportaal en wel in het eerste gedeelte van de toegang van Orcus
hebben de Rouw en de wrekende Wroeging hun legersteden opgeslagen (geplaatst),
275 en wonen de bleke Ziektes en de sombere Ouderdom,
en de Angst en de tot kwaad aanzettende Honger en de afzichtelijke Armoede,
gestalten vreselijk om te zien, en de Dood en het Zwoegen;
dan de broer van de Dood, de Slaap en de verderfelijke Lusten van de geest,
en op de tegenoverliggende drempel de doodbrengende Oorlog,
280 en de ijzeren vertrekken van de Wraakgodinnen en de razende Tweedracht
haar slangenhaar omwonden met bloedige linten.
In het midden spreidt een schaduwrijke olm zijn takken
en zeer oude armen uit, enorm groot, [een olm] die, naar men gewoonlijk zegt,
de valse Dromen als woonplaats hebben en zij zitten vast onder alle bladeren.
285 En bovendien zijn er veel gedrochten van allerlei wilde dieren,
de Centauren zijn gestald bij de deur en de tweevormige Scylla's
en de honderdarmige Briareus en het monster van Lerna
huiveringwekkend sissend, en de met vlammen bewapende Chimaera,
de Gorgonen en Harpijen en de gestalte van de drielijvige schim.
290 Dan grijpt Aeneas, door plotselinge paniek angstig, zijn zwaard (ijzer)
en houdt de getrokken snede voor aan degenen die [naar hem toe] komen,
en als zijn wijze metgezellin niet zou waarschuwen dat [er] ijle wezens (levens) zonder lichaam
rondfladderen onder het holle beeld van een gestalte,
[dan] zou hij er (waarschijnlijk) op afstormen en tevergeefs de schimmen met zijn ijzer uiteenslaan.

Reacties