Studiemateriaal


×
Kijk de stuurman Palinurus naderde,
die onlangs op de Lybische vaart, terwijl hij de sterren in het oog hield,
van de achtersteven was gevallen, op volle zee (midden in de golven) over boord geslagen.
340 Zodra hij deze verdrietig in de dichte (vele) duisternis met moeite had herkend,
sprak hij [hem] zo als eerste (eerder) toe: 'Wie van de goden heeft jou, Palinurus,
aan ons ontrukt en diep onderin de volle zee laten verdrinken?
Kom zeg [het me]. Want Apollo, die zich eerder niet bedrieglijk heeft betoond,
heeft mijn geest (voor mij) bedrogen met dit ene antwoord,
345 [Apollo] die voorspelde dat jij ongedeerd zou zijn op zee en dat jij in het
Italisch gebied zou komen. Wel, is dit dan de vervulling van zijn belofte (beloofde trouw)?'
Maar hij [zei]: 'Noch heeft het orakel van Apollo u bedrogen,
leider Aeneas, noch heeft een god mij in zee laten verdrinken.
Want het roer dat met veel geweld door toeval is losgerukt,
350 dat ik als aangewezen wachter stevig vasthield en [waarmee] ik de koers regelde,
heb ik in mijn val voorover met mij meegesleurd. Ik zweer bij de ruwe zeeën
dat ik voor mij zelf geen enkele zo grote angst heb opgevat
als [dat ik bang ben geweest] dat uw schip beroofd van het roer, beroofd van de stuurman (meester)
zou bezwijken in zo hoog oprijzende golven.
355 Drie winterse/gure nachten heeft de zuidenwind mij
gewelddadig over het water over het onmetelijke zeeoppervlak gevoerd; met moeite zag ik op de vierde dag
hoog vanaf de top van een golf voor mij Italië [liggen].
Langzaam zwom ik richting land; veiligheid was al binnen mijn bereik,
als niet een wreed volk [mij] zwaar met mijn natte kleding
360 en met mijn gekromde handen de scherpe punten van een stuk rots beetgrijpend
met het zwaard (ijzer) was aangevallen en in zijn onwetendheid [mij] als buit had beschouwd.
Nu hebben de golven mij en wentelen de winden mij op het strand.
Daarom smeek ik u bij het aangename licht en de briesjes van de hemel,
bij uw vader, bij de verwachtingen van de opgroeiende Julus,
365 red mij uit deze ellende, onoverwinnelijke: ofwel werp aarde op mij,
want dat kunt u, en zoek de haven van Velia op;
ofwel, als er een weg is, als uw goddelijke moeder u er een
heeft getoond (want niet, naar ik geloof, bent u van plan zonder de goddelijke macht der goden
zo grote rivieren en het moeras van de Styx te bevaren),
370 geef [mij] ongelukkige uw rechterhand en neem mij met u mee over het water,
opdat ik tenminste in de dood rust [rust vind] op een kalme rustplaats.'
Dergelijke woorden had hij gezegd toen de zieneres als volgt begon:
'Vanwaar [komt] voor jou dit zo huiveringwekkende verlangen, o Palinurus?
Zul jij onbegraven de wateren van de Styx aanschouwen en de strenge rivier
375 van de Eumeniden of zul jij zonder bevel daartoe de oever naderen?
Houd op te hopen dat lotsbestemmingen waarover de goden beschikken (van de goden) gewijzigd kunnen worden door te bidden,
maar onthoud goed mijn woorden, een troost voor een hard lotgeval.
Want naburige volken, wijd en zijd verspreid over de steden
[daartoe] aangezet door hemelse voortekens, zullen jouw gebeente verzoenen
380 en een grafheuvel oprichten en jouw grafheuvel offers sturen,
en de plaats zal voor eeuwig de naam (van) Palinurus hebben.'
Door deze woorden zijn zijn zorgen weggenomen en is zijn verdriet korte tijd
verdreven uit zijn droevige hart; hij verheugt zich over het land met dezelfde naam.

Reacties