Studiemateriaal


×
Dus vervolgden zij de tocht die ze begonnen waren en naderden de rivier.
385 Zodra de veerman hen van verre al vandaar vanaf het water van de Styx
door het zwijgende woud zag gaan en hun schrede zag richten naar de oever,
richtte hij zich zo als eerste tot hen met woorden en snauwde hen uit eigen beweging toe:
'Wie je ook bent, die gewapend naar onze rivieren gaat,
kom zeg op waarom je komt, al vanaf die plaats (vandaar) en houd je pas in.
390 Dit is de plaats van de schimmen, van de slaap en de slaapbrengende nacht:
het is een goddeloze daad om levende lichamen te vervoeren in de Stygische boot.
En ik heb er werkelijk geen plezier aan beleefd dat ik Hercules, toen hij kwam,
heb ontvangen op mijn meer en ook niet Theseus en Pirithoüs,
ook al waren zij (naar zij zeiden) zonen van goden en onoverwinnelijk door hun kracht.
395 Hij haalde de Tartarusbewaker eigenhandig weg
bij de troon van de koning zelf om hem te boeien en hij trok het trillende [dier] mee;
zij hebben het ondernomen om zijn echtgenote uit de echtelijke slaapkamer van Dis te ontvoeren.'
In antwoord daarop heeft de zieneres van Apollo kort gezegd:
'Hier is absoluut niet zo'n hinderlaag (houd op met verontrust te raken)
400 en niet brengen wapens geweld; de reusachtige poortwachter
die eeuwig blaft in zijn grot mag gerust de bloedeloze schimmen schrik aanjagen,
kuis mag Proserpina in het huis van haar oom blijven.
De Trojaanse Aeneas, opvallend door zijn plichtsgevoel en zijn wapens,
daalt af naar zijn vader naar de diepste schimmen van de onderwereld.
405 Als geen enkel beeld van zo'n grote liefde voor een ouder/vader jou raakt (het beeld … totaal niet),
moge je dan tenminste deze tak (zij haalde de tak die onder haar kleding verborgen was te voorschijn)
herkennen.' Op dat moment bedaarde zijn ziedende hart van woede;
en meer dan dat werd er niet gezegd. Hij, verwonderd over de eerbiedwaardige gift
(van) de twijg van het noodlot die hij na lange tijd zag,
410 wendde de donkerblauwe achtersteven naar de oever en naderde deze.
Vervolgens verjoeg hij de andere zielen die verspreid over de lange roeibanken zaten,
en hij maakte het dek vrij; tegelijk ontving hij in zijn bootje
de reusachtige Aeneas. Het aan elkaar genaaide roeibootje kreunde onder het gewicht
en lek als een mandje (vol spleten) kreeg het veel moeraswater binnen.
415 Uiteindelijk zette hij en de zieneres en de man aan de andere kant van de rivier ongedeerd af
in de vormloze modder en in het grijsgroene moerasriet.

Reacties