Studiemateriaal


×
De enorme Cerberus vervult dit rijk met zijn driemuilig geblaf
in zijn volle lengte liggend in de grot tegenover hen.
Hem wierp de zieneres toen ze zag dat zijn nekken al ruig waren door de slangen een koek
420 toe met de bedwelmende werking van honing en toverkruiden.
Hij door zijn onstuimige honger zijn drie kelen opensperrend
greep de toegeworpen [koek], en hij ontspande zijn reusachtige ruggen
uitgestrekt op de grond en hij lag enorm groot over (in) de hele grot uitgerekt.
Aeneas nam bezit van de toegang nu de wachter in diepe slaap was gedompeld
425 en snel passeerde hij de oever van het water waarover geen terugkeer mogelijk is.

Reacties