Studiemateriaal


×
440 Niet ver hier vandaan worden de Rouwende Velden getoond die zich in iedere richting uitstrekken.
Zo noemt men deze (met de naam).
Hier verbergen afgelegen bospaden hen die de harde liefde
door wegkwijnen heeft verteerd en rondom bedekt hen
een woud van mirte; zelfs in de dood (de dood zelf) verlaat het liefdesverdriet hen niet.
445 Op deze plaats zag hij Phaedra en Procris en de bedroefde Eriphyle
die de wonden van haar wrede zoon liet zien,
en Euadne en Pasiphae; Laodamia
was hun metgezel en Caeneus, eens een jongeman, nu weer een vrouw
en door het lot terugveranderd in haar oude gedaante.
450 Onder hen, vers door haar wond, dwaalde de Phoenicische Dido
in het grote woud; zodra de Trojaanse held
vlakbij haar stond en in het donker haar vaag (duister) herkende,
- zoals iemand die in het begin van de maand
door de wolken de maan ziet opkomen of meent te hebben zien [opkomen] -,
455 liet (zond) hij zijn tranen de vrije loop (omlaag) en sprak met tedere liefde [haar] toe:
'Ongelukkige Dido, was er dus tot mij een waar bericht
gekomen dat [je] gestorven bent en met het zwaard de dood hebt gezocht?
Ach, ben ik voor jou de oorzaak geweest van je dood? Ik zweer bij de sterren,
bij de hemelgoden en als er enige trouw diep weg onder de aarde is:
460 tegen mijn wil, koningin, ben ik van je kust weggegaan.
Maar de bevelen der goden, die [mij] nu dwingen door deze duisternis te gaan,
door oorden ruig van schimmel en door de diepe nacht,
hebben mij voortgedreven met hun opdrachten; en ik heb niet kunnen denken
dat ik door mijn vertrek jou dit zo grote verdriet bracht.
465 Breng je stap tot stilstand en onttrek je niet aan mijn (onze) blik.
Voor wie vlucht je? Door [de beschikking van] het lot is dit het laatste dat ik tot je spreek.'
Met zulke woorden probeerde Aeneas haar brandend en nors kijkend gemoed
milder te stemmen en bracht hij (zijn) tranen in beweging (of: probeerde haar tranen op te wekken).
[Maar] zij, afgewend, hield haar ogen strak op de grond gericht
470 en door het [door hem] begonnen gesprek wordt zij, wat haar gelaatsuitdrukking betreft, niet meer bewogen
dan als er een harde steen of een Marpesische rots zou staan.
Eindelijk snelde zij weg en vluchtte vijandig heen
het schaduwrijke woud in, waar haar vroegere echtgenoot
Sychaeus haar liefde beantwoordt en haar liefde evenaart.
475 Geschokt door haar onrechtvaardig lot volgt Aeneas,
in tranen, [haar] niettemin van ver met zijn blik (begeleidt [haar] van ver met) en heeft medelijden met haar, terwijl ze daar zo gaat.

Reacties