Studiemateriaal


×
535 Tijdens (in) dit afwisselend gesprek was Aurora op haar hemelse tocht
met haar rozerode vierspan al het midden van de hemel gepasseerd;
en misschien zouden zij [wel] alle vergunde (gegeven) tijd met dergelijke [woorden] doorbrengen,
maar zijn metgezellin de Sibylle waarschuwde hem en sprak hem kort toe:
'De nacht nadert snel, Aeneas; wij rekken de uren met huilen.
540 Hier is de plek waar de weg zich splitst naar twee (beide) kanten:
de rechter die gaat tot onder aan het paleis van de grote Dis,
hierlangs gaat onze tocht (is voor ons de tocht) naar het Elysium; de linker weg
voltrekt de straffen aan (van) de slechte mensen en zendt [hen] naar de goddeloze Tartarus.'
Daarop [zei] Deiphobus: 'Wees niet boos, grote priesteres;
545 ik zal weggaan, ik zal het aantal voltallig maken en terugkeren in de duisternis.
Ga sieraad / trots van ons, ga; heb (gebruik) een beter lot.'
Slechts dat sprak hij en terwijl hij het zei (in het woord) keerde hij zich om.
Aeneas keek plotseling achterom en aan de voet van een rots links
zag hij een uitgestrekt bouwwerk omgeven door een drievoudige muur,
550 waaromheen een rivier gaat, snel stromend [en] met brandende vlammen,
de Tartarische Phlegethon, en hij rolt dreunende stukken rots voort.
Tegenover [hem] een reusachtige poort en zuilen van hard staal zodat geen enkele kracht van mannen,
zelfs niet de hemelgoden (zelf) in staat zijn deze door oorlog
te verwoesten; er verrijst (staat) onwrikbaar een toren tot in de lucht,
555 en Tisiphone die daar zit gehuld in haar bebloede mantel
bewaakt dag en nacht zonder te slapen de voorhal.
Hier vandaan hoort men (wordt gehoord) het jammeren en klinken woeste
zweepslagen, dan het rinkelen van ijzer en het slepen van ketens (gesleepte ketens).
Aeneas bleef staan en hevig verschrikt nam hij het lawaai in zich op.
560 'Welke soort (vorm) van misdaden [zijn het]? O maagd, zeg [het]; of met welke
straffen worden zij vervolgd? Welk zo groot weeklagen [stijgt] ten hemel?'
Toen begon de zieneres als volgt te spreken: 'Beroemde aanvoerder van de Trojanen,
niemand die zuiver is mag de misdadige drempel betreden;
maar op het moment dat Hecate mij aan het hoofd stelde van het Avernische woud,
565 heeft zij zelf mij onderwezen in de straffen van de goden en mij overal langs geleid.
Rhadamanthus van Knossos heeft dit zeer harde rijk [in zijn beheer]
en hij berispt en hij luistert naar het bedrog en hij dwingt te bekennen
de wandaden die begaan in de bovenwereld, een ieder heeft uitgesteld,
verheugd over zijn zinloze listige handelen, naar een late dood.
570 Onmiddellijk slaat de wrekende Tisiphone uitgerust met een zweep
de schuldigen terwijl ze boven op hen springt, en terwijl zij met haar linkerhand
dreigend angstaanjagende slangen uitstrekt, roept zij het grimmige koppel (de schare) van haar zusters.
Dan pas openen zich de heilige deuren knarsend met hun vreselijk klinkende deurpen.
Zie je wat voor een wacht
575 in het voorportaal zit, welke gestalte de drempel bewaakt?
Binnen heeft een reusachtige door haar vijftig zwarte opengesperde muilen
[nog] grimmiger Hydra haar zetel. Daarna strekt de Tartarus zelf zich
tweemaal (zo ver) uit in de diepte en reikt tot onder in de duisternis
zo ver als de blik omhoog naar de hemel naar de hemelse Olympus [reikt].
580 Hier helemaal op de bodem door de bliksem naar beneden geworpen kronkelt het oude geslacht van Aarde,
de Titanenmannen.

Reacties