Studiemateriaal


×
Om te beginnen voedt binnenin een bezielende adem de hemel en aarde en vloeibare vlaktes
725 en de lichtgevende bol van de maan en de Titanenster,
en binnengestroomd in de ledematen zet de geest [deze] gehele massa in beweging
en mengt zich met haar grote lichaam.
Vandaar [ontstaat] het geslacht der mensen en dieren en het leven van de vogels
en de gedrochten die de zee onder haar glanzend oppervlak draagt.
730 Zij bezitten een kracht van vuur en hun kiemen hebben een hemelse oorsprong,
voorzover de schadelijke lichamen [hen] niet vertragen
en de aardse ledematen en de sterfelijke lichaamsdelen hen niet verzwakken.
Onder invloed daarvan (Als gevolg daarvan) kennen zij angst en verlangens, verdriet en vreugde, en niet
zien zij de hemel opgesloten in het donker en hun duistere kerker.
735 Ja zelfs wanneer het leven [hen] op hun laatste dag heeft verlaten,
gaat toch niet elk kwaad weg van de ongelukkigen en niet verdwijnen
alle lichamelijke plagen geheel en al, maar het is onvermijdelijk dat
de vele dingen die lang [met de ziel] zijn samengegroeid op wonderbaarlijke wijze vast [daarin] zijn vergroeid.
Dus worden zij afgemat door bestraffingen en ondergaan zij zware straffen voor hun vroegere (oude) vergrijpen:
740 sommige worden leeg uitgespreid
opgehangen in de winden, voor andere wordt de smet van hun misdaad diep onderin een geweldige draaikolk
uitgewassen of uitgebrand door vuur:
een ieder van ons ondergaat het lot dat zijn eigen schim te wachten staat. Vervolgens worden wij door het ruime/weidse
Elysium gezonden en met [slechts] weinigen blijven we bewonen (houden vast) de gelukzalige streken,
745 totdat, als de tijdscirkel voltooid is, de lange termijn
de [met de ziel] vergroeide smet heeft weggenomen en het hemelse bewustzijn
in zuivere vorm heeft overgelaten (en) het vuur van de ongemengde (levens)adem.
Al deze [zielen] hier, zodra zij het wiel gedurende duizend jaar gedraaid hebben,
roept een god op naar de rivier de Lethe in een grote schare,
750 opdat zij namelijk in vergetelheid het hemelgewelf opnieuw zien
en beginnen te verlangen naar een terugkeer in een lichaam.’
[Zo] had Anchises gesproken en hij trok zijn zoon en tegelijk [met hem] de Sibylle
naar het midden van de verzamelde menigte (en) de rumoerige groep,
en hij nam plaats op een heuvel vanwaar hij allen, naar hem toegekeerd, in een lange rij kon
755 monsteren en de gezichten van hen die naderden kon onderscheiden.

Reacties