Studiemateriaal


×
Maar zich nog niet gewonnen gevend aan Phoebus gaat de zieneres in haar grot
wild tekeer, of ze misschien de grote god uit haar borst kan
afschudden; des te meer mat hij
80 haar schuimende mond af, haar wilde hart bedwingend, en hij temt haar door druk uit te oefenen.
En reeds gingen de honderd reusachtige openingen van het huis
vanzelf open en brachten de antwoorden van de zieneres door de lucht:
'O, u die eindelijk de grote gevaren van de zee doorstaan hebt
(maar op het land wachten u zwaardere),
85 de Trojanen zullen komen in het rijk van Lavinium (zet deze zorg uit uw hart),
maar zeker zullen ze willen dat ze er niet zijn gekomen. Oorlogen, gruwelijke oorlogen,
en de Tiber schuimend van veel bloed zie ik.
Niet de Simois noch de Xanthus noch het Griekse legerkamp
zal u ontbreken; in Latium is reeds een andere (nieuwe) Achilles geboren,
90 ook zelf de zoon van een godin; en nergens zal Juno,
die de Trojanen niet loslaat, afwezig zijn, als u als smekeling in uiterste nood
welke volkeren van de Italiërs, welke steden niet zult smeken!
De oorzaak van zo'n grote rampspoed voor de Trojanen zal wederom een buitenlandse vrouw zijn
en wederom een buitenlands huwelijk.
95 U, wijk niet voor de rampen, maar ga ze des te dapperder tegemoet,
waarlangs uw lot u zal toestaan. De eerste weg naar redding
(wat u allerminst vermoedt) zal worden geopend vanuit een Griekse stad.'
Met dergelijke woorden zong de Cumaeïsche Sibylle vanuit het binnenste gedeelte
haar huiveringwekkende orakeltaal en brulde terug vanuit de grot,
100 ware dingen hullend in donkere dingen (duisternis): zulke teugels
sloeg Apollo tegen de razende en [zulke] prikkels bewoog hij onder haar borst.

Reacties