Studiemateriaal


×
Wend nu je beide ogen hierheen, kijk naar dit volk
(en) jouw Romeinen. Dit [is] Caesar en het hele nageslacht van Iulus
790 dat onder het grote hemelgewelf zal komen.
Hier [is] de man, hier is hij, van wie je meermalen hoort dat hij aan jou beloofd wordt,
Augustus Caesar, nakomeling van een god, die opnieuw gouden
eeuwen zal laten ontstaan in Latium in het land eens geregeerd
door Saturnus en die zijn heerschappij zal uitbreiden verder dan de Garamanten en de Indiërs;
795 buiten de sterren ligt zijn land,
buiten de wegen van het jaar en de zon, waar de hemel dragende Atlas
het met vurige sterren bezaaide hemelgewelf op zijn schouder laat draaien.
In afwachting van zijn komst huiveren nu al door de orakels van de goden
zowel het Kaspische rijk als het Maeotische land,
800 en angstig zijn de mondingen van de zevenvoudige Nijl onrustig.
Werkelijk noch Hercules heeft zoveel (van) land bezocht,
ook al heeft hij de bronsvoetige hinde geschoten, of de wouden van Erymanthus
tot rust gebracht en Lerna laten sidderen door zijn boog;
noch Liber die als overwinnaar zijn tweespan met teugels van wijnranken wendt,
805 zijn tijgers vanaf de hoge top van de Nysa voortdrijvend.
En aarzelen wij dan nog onze voortreffelijkheid te verspreiden door daden,
of weerhoudt angst [ons] om ons te vestigen in het Ausonische land?

Reacties